Rechtspraak: Iconische kledingstukken en schoenen; te kwalificeren als vormmerk?

Het gebruik van merken is niet weg te denken uit onze huidige maatschappij, sterker nog: we zullen er niet omheen kunnen. Kijkt u eens om zich heen, hoeveel merken ziet u al in één oogopslag? En nog dichterbij, welke merken draagt u op het moment qua kleding? Dat zijn er ongetwijfeld een hoop. Er is bijna geen branche te bedenken waar merken zo belangrijk zijn als in de fashion branche. Het merk is vaak duidelijk zichtbaar op kledingstukken en schoenen, meestal aangebracht door middel van logo’s, stiksels, etiketten etc. Maar hoe zit het eigenlijk met de vormgeving van kledingstukken en schoenen? Kan die vormgeving ook een merk zijn?

In juridisch jargon worden ‘merken’ omschreven als een teken dat dient om koopwaren en/of diensten aan een bepaald persoon of bepaalde onderneming te koppelen. Een dergelijk teken dat een merk kan vormen, kan verschillende gedaanten aannemen, waarbij woord- en beeldmerken het meeste voorkomen. Woordmerken laten zich uitdrukken in letters, cijfers en leestekens. Meestal is een woordmerk ook daadwerkelijk een woord, bijvoorbeeld verwijzend naar een persoon zoals ‘HUGO BOSS’ of ‘CALVIN KLEIN’. Het kan ook een verzonnen naam zijn als ‘GUESS’. Verder zijn er lettercombinaties als woordmerk, zoals bij de bekende ‘501’ spijkerbroek van Levi’s. Beeldmerken zijn met name bekend van logo’s, zoals de swoosh van Nike of de drie strepen van Adidas. Ook een combinatie van woord- en beeldmerken is mogelijk, zo ziet men bij het merk ‘PUMA’ een katachtig roofdier met gestrekte poten over het woord Puma springen.

Ondanks dat het wellicht niet gelijk tot de verbeelding spreekt, kan ook de vorm van de koopwaar of van verpakking van het product als merk fungeren. We spreken dan van zogenaamde vormmerken.

Van belang is of het teken, welke gedaante het ook aanneemt, de functie van merk kan vervullen. De vraag is of het teken in staat is de waren en/of diensten aan een bepaalde persoon of onderneming te koppelen. Het beste voorbeeld om deze enigszins abstracte omschrijving te verduidelijken is aan de hand van het kenmerkende geribbelde flesje van Coca-Cola. Denkt u dat u het flesje herkent als een flesje van Coca-Cola, indien het (rode) etiket met de merknaam is verwijderd? Waarschijnlijkheid wel. Duidelijk is dat het flesje van Coca-Cola daarom uitstekend als merk kan fungeren. Kijken we vervolgens naar de fashion branche, dan valt gelijk op dat er vrijwel geen voorbeelden te noemen zijn van vormmerken. Ondanks dat u wellicht de witte ‘STAN SMITH’ schoen van Adidas ook zult herkennen zonder de drie strepen of bij een geelbruine bergschoen gelijk aan Timberland denkt. Waar heeft dat nou mee te maken?

Dat heeft alles te maken met het feit dat het verkrijgen van een vormmerk aan strenge eisen is verbonden, eisen die strenger zijn dan bijvoorbeeld bij het verkrijgen van een woord- of beeldmerk. Zo gelden er specifieke eisen ten aanzien van de deugdelijkheid van een vorm. Ten eerste is een vorm ondeugdelijk als die door de aard van de waar wordt bepaald. Bijvoorbeeld de pasvorm van een schoen (de leest) zal onder deze categorie vallen, deze wordt immers bepaald door de vorm van de voet. Ten tweede is een vorm ondeugdelijk die een wezenlijke waarde aan de waar geeft. In deze categorie gaat het met name om producten die vanwege hun vormgeving worden gekocht, zoals vaak het geval zal zijn bij modeaccessoires. In dat kader oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie bijvoorbeeld dat de vorm van de Elwood spijkerbroek van G-Star een wezenlijke waarde aan de waar gaf. Ten derde is een vorm ondeugdelijk die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen. Hierbij kan men denken aan de vorm van het driekoppige scheerapparaat van Philips.

Tot slot is ook van belang dat de vorm voldoende onderscheidend vermogen heeft. Slechts de vorm die op significante wijze afwijkt van de norm of van wat gangbaar is in de betrokken branche, voldoet aan het vereiste van onderscheidend vermogen. Logischerwijs levert dat naast de hiervoor genoemde specifieke eisen ten aanzien van de deugdelijkheid van de vorm, nog meer problemen op om kledingstukken of schoenen als vormmerk te laten fungeren. Zelfs de meest iconische kledingstukken of schoenen zullen in de meeste gevallen dan ook als vormmerk worden geweigerd. Toch laat het recht ons gelukkig niet in de steek in geval van namaak, andere rechten van intellectueel eigendom bieden daarbij uitkomst.

Geschreven door Köster Advocaten in Haarlem. Regelmatig behandelt zij hier actuele juridische kwesties. FashionUnited: Modevaknieuws, Trends en Modevacatures